Nu in Science Live

Er is op dit moment geen onderzoek in Science Live. Het volgende onderzoek start zaterdag, 8 juli 2017 en heet:
Het verwerken van positieve reclame

Alle Science Live onderzoeken ›

Hieronder vind je een beroemd experiment uit de gedragswetenschappen:

05-cognitive-disonance

Cognitieve dissonantie

Een beroemd fabel van Aesopus vertelt over een hongerige vos die een tros druiven ziet hangen, hoog in een wijnrank. Zo hoog dat hij er net niet bij kan. Zelfs niet als hij springt. Hoe hij ook probeert, het lukt hem niet om de druiven te plukken. Uiteindelijk geeft hij het op en met zijn neus in de lucht loopt hij weg: ‘Wat stom van me, ik dacht dat die druiven rijp waren, maar ze zijn hartstikke zuur. Die druiven wil ik helemaal niet!’

Deze fabel is een klassiek voorbeeld van cognitieve dissonantie: de verwachting van de vos (hij zal zijn honger kunnen stillen met de druiven) strookt niet met de feiten (hij kan niet bij de druiven), dus stelt hij zijn mening bij (die druiven wil hij helemaal niet). Zo heeft hij de frustratie die de druiven hem eigenlijk opleverden handig opgelost.

Jezelf iets wijsmaken

De psycholoog Leon Festinger was in 1956 de eerste die de term ‘cognitieve dissonantie’ gebruikte in zijn boek When prophecy fails. In dat boek volgt hij een groep mensen die ervan overtuigd is dat op 21 december 1954 de wereld zal vergaan en dat zij door een UFO gered zullen worden. Als 21 december ongemerkt voorbijgaat, gebeurt er iets opvallends. In plaats van toegeven dat ze het bij het verkeerde eind hadden, gaat de groep juist nog actiever haar boodschap verkopen. Door anderen te overtuigen van hun geloof vinden ze de bevestiging die ze zoeken. Het vervelende gevoel van de onjuiste voorspelling verdwijnt snel.

Festinger stelt dat cognitieve dissonantie de spanning is die veroorzaakt wordt door een verschil tussen je verwachtingen en meningen enerzijds, en de uiteindelijke feiten anderzijds. Mensen proberen die spanning te verminderen door zichzelf en anderen iets wijs te maken dat beter bij hun verwachtingen past; en meestal trappen we er nog in ook.

Smoesjes

De tot nu toe genoemde voorbeelden zijn misschien wat extreem, maar ook in het dagelijks leven krijgt iedereen wel eens met cognitieve dissonantie te maken. Stel je bijvoorbeeld een roker voor. Waarschijnlijk vindt hij zichzelf een verstandig mens die goede keuzes maakt in het leven. Maar dat zelfbeeld strookt niet met de feiten. Hij weet namelijk dat roken slecht is voor hem en longkanker kan veroorzaken, en toch steekt hij regelmatig een sigaret op. Hoe lost hij die interne spanning op? Hij kan ontkennen dat roken echt zo slecht voor je is, of zeggen dat de kans dat juist híj aan longkanker zal sterven maar klein is, of hij kan zeggen dat hij uiteindelijk toch wel zal sterven, of hij nu rookt of niet. Zo zorgt hij dat de frictie tussen gevoel en feiten afneemt en dat hij zichzelf weer recht in de spiegel aan kan kijken.

Misschien rook je niet, maar vervang het roken voor ongezond eten of het uitstellen van vervelende klusjes en iedereen zal zich erin kunnen herkennen. Het is soms makkelijker om smoesjes te verzinnen dan om ons gedrag te veranderen. En dikwijls herkennen anderen de smoesjes die we onszelf wijsmaken een stuk eerder dan wijzelf.

Nieuws van Science Live